Wat u moet weten wanneer u nog eens grijze garnalen eet

Er is geen enkel zeeproduct waar de Vlaming meer geld aan geeft. In 2004 was dat gemiddeld 10 euro per persoon per jaar voor gepelde grijze garnalen en nog eens drie euro aan ongepelde in de winkel. Wat we aan tomate-crevettes in restaurants spenderen zit daar niet eens in.

Op twee staan overigens mosselen, op drie gerookte zalm en op vier verse (nu ja) kabeljauw. Al bij al kochten we per persoon gemiddeld voor 121 euro aan vis, garnalen en mosselen in de winkel.

Noordzeegarnaal is als veldrijden
“De Belgische grijze noordzeegarnaal is een onovertroffen lekkernij” pochen ze met recht en rede op de site van het VLAM, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, dat ons gisteren overigens opbelde wegens niet echt gelukkig met deze reeks op HLN.BE die “de visserij in een slecht daglicht stelt.”

De grijze garnaal is zowat het veldrijden op het buffet van het zeerijk. Belgen en Nederlanders zijn er dol op. Duitsers, Engelsen, Noord-Fransen en Denen lusten ze ook nog wel en de rest van de wereld “does not give a fuck” zoals een Engelse trawlerman het ons schetste. Dat weerspiegelt zich dan ook in de cijfers. Met een jaarlijkse aanvoer van 25 tot 35.000 ton verbleekt de noordzeegarnaal in bij wat er wereldwijd aan andere garnalen wordt gevist: 3,4 miljoen ton.

Imago
Op dit moment zijn er nog zo’n twintigtal Belgische kotters die op grijze garnalen vissen. Vijf jaar geleden telde de Vlaamse garnaalvloot nog meer dan 30 schepen. In totaal vissen 600 boten in Europa op noordzeegarnalen.

Het moet gezegd: de Vlaamse garnaalvissers doen de jongste jaren erg hard hun best om hun imago te verbeteren en een beter en duurzaam product af te leveren, zonder additieven. Zo is er de Purus-garnaal, gevangen in onze wateren.

Purus
Een deel van de Vlaamse garnaalvissers koos er in 2006 voor om hun product als erkend streekproduct op de markt te brengen, onder de merknaam Purus. Van een Purus weet je zeker dat ze niet langer dan 24 uur aan boord van een schip geweest is, en dat ze 6 tot 8 dagen goed blijft zonder de toevoeging van kleur- en smaakstoffen of chemische bewaarmiddelen. Ze worden verpakt onder beschermende atmosfeer, wat er op neerkomt dat gewone lucht vervangen wordt door een mengsel van koolzuurgas en stikstofgas. Klinkt gevaarlijk, maar is het absoluut niet.

Lot
Feit is dat als ze vier jaar geleden hun lot niet in eigen handen hadden genomen, de Vlaamse garnaalvissers waarschijnlijk niet meer zouden bestaan. Door het oprichten van een coöperatieve vloeien de opbrengsten terug naar de vissers, die gegarandeerd een minimumprijs krijgen voor hun garnalen, zelfs wanneer de marktprijs keldert.

85 procent komt uit buitenland
Visserij in Vlaanderen is een kmo-activiteit. De sector is goed voor amper 0,04 procent van het bruto nationaal product. De zeevisserij telt hooguit 900 werknemers, van wie 700 erkende zeevissers. Het aandeel van Vlaanderen in het Europese visquotum bedraagt 2,3 procent, wat ons niet echt tot een grote ‘player’ maakt.

De Belgische vissers zijn gespecialiseerd in tong en schol, die ze vooral vangen in de Ierse Zee. Maar de aanvoer van verse vis in de havens van Zeebrugge, Oostende en voor een klein deel in Nieuwpoort (garnalen) betekent nog geen 15 procent van het totale visverbruik in België. Die consumptie bedroeg in 2007 nog 769 miljoen euro of acht keer meer dan de omzet van de Vlaamse visserij (90 miljoen euro). De Belg eet dan ook in hoofdzaak gekweekte en/of ingevoerde vis.

Per dag verbruikt een boot 4.000 liter diesel
De Vlaamse vissers beschikken over een beperkte zone aan eigen territoriale wateren. Ze moeten dan ook naar de vrije visgronden uitwijken, onder meer de Ierse Zee. Dat kost twee dagen extra varen. Elke dag verbruikt een boot gemiddeld 4.000 liter diesel.

Het zal dus moeten komen van niche-producten, zoals de duurzame, dicht bij huis gevangen garnaal. De vissers zijn zich bewust van een nieuwe generatie consumenten die niet om het even wat in hun mond stoppen, en als ze iets eten willen weten dat ze daarmee de toekomst van hun kinderen niet torpederen. Een mooi initiatief is bijvoorbeeld het project ‘pulskor’.

De pulskor
De methode met de garnaalpulskor moet een alternatief vormen voor de traditionele garnaalvangst. Die levert immers een aanzienlijke bijvangst aan kleine visjes op en zorgt bovendien voor een gevoelig verlies aan tong en schol. De garnaalpulskor laat de garnaal door kleine elektrische prikjes opspringen, zodat die kunnen opgevangen worden door een net dat boven en niet op de bodem vist.

De resultaten zijn bemoedigend, maar ver van ideaal. De bijvangst is met 35 procent afgenomen, maar ze is er nog wel. En het project is, in alle eerlijkheid, niet echt uit zorg voor het milieu ontstaan, maar uit een harde economische realiteit. Door het feit dat de garnaalvisserij zoveel bijvangst genereert, worden de quota voor platvissen naar beneden bijgesteld. In 2006 betekende dat bijvoorbeeld dat er 15 procent minder schol en 5 procent minder tong mocht worden opgehaald uit de Noordzee, net de twee favoriete ’t argets’ van de Vlaamse vloot.

Fijn, maar klein
Een ander, wat ons betreft bijzonder lovenswaardig initiatief, is op ieder doosje garnalen zetten van welke boot en schipper ze komen en wanneer de garnalen gevangen werden. Dat is iets wat op elk zeeproduct moet komen. Technologisch een koud kunstje vandaag de dag.

De kleinschaligheid van de Vlaamse garnaalvisserij maakt ze wel erg kwetsbaar. Dat bleek begin 2008, toen de vangst gewoonweg stopgezet moest worden wegens geen garnalen. Niemand weet eigenlijk waarom de grijze garnalen plots verdwenen, net zo min als er een echt sluitend antwoord is op de vraag waarom er in het najaar van 2009 in overvloed waren.

Schuld van de wetenschappers
Volgens sommige wetenschappers is het water van de zee te warm geworden, waardoor de garnaal naar koelere, voedingsrijkere oorden verhuisd is. De vissers zagen het anders: de grijze garnalen waren opgegeten door de vissen die ze niet meer mogen vangen orakelden enkele onder hen in de krant. Het was dus eigenlijk de schuld van de wetenschappers. U kunt er eens mee lachen, maar in feite is dit een griezelige filosofie, en eentje die we tegenkwamen in alle vissersgemeenschappen, de hele wereld rond.

Moratorium
Het doet in ieder geval twijfelen aan de oprechtheid van de vissers voor een echt duurzame aanpak van hun beroep. De hierboven aangehaalde pogingen van de Vlaamse vissers kunnen we alleen maar aanmoedigen, maar het blijft zo dat elke vorm van commerciële bodemvisserij anno 2010 leidt tot de uitroeiing van volledige ecosystemen. De enige echte duurzame oplossing, zeker voor de Noordzee, is een moratorium op visvangst.

Oesters
Dat moratorium moet toelaten dat het evenwicht zich in de compleet leeggeplunderde en omgeploegde Noordzee herstelt. Om dat echt goed te doen, moet zo’n totaal visverbod minstens vier jaar duren. Dat zou kunnen toelaten dat de wilde oesterbedden een kans hebben op terugkeren. Die ‘vergeten’ oesterbedden waren de basis waarop de rijkdom van de Noordzee ontstond. Op kaarten uit de 19de eeuw staan natuurlijke oesterbedden van 200 kilometer lang voor de kust van Nederland en Duitsland. De bodemvisserij had ze al compleet verwoest voor het begin van WO II.

Met de oesterbedden verloor de Noordzee voor een groot stuk de capaciteit om zichzelf te reinigen. Ze werd ook de troebele, modderige zee die we nu kennen. Doordat er minder zonlicht tot de bodem geraakte, verdween ook de rest van de bodemflora, en veel van de beesten die daar leefden. Vissersboten die met sleepnetten de bodem omploegden versterkten dat effect alleen maar. Ze bannen is dan ook vanzelfsprekend wil zo’n moratorium enig nut hebben. Anders begint alles gewoon opnieuw.

Zo’n moratorium klinkt onwaarschijnlijk nu. Maar als het er niet van komt, dan zullen dieren zoals garnalen straks het enige zijn dat nog uit onze zeeën wordt gehaald.

Hollanders
De aanvoer van de relatief koosjere Vlaamse garnalen, 266 ton in 2008, 200 ton in 2007, dekt in de verste verte niet de vraag naar de lekkernij. Zeker 3.500 ton wordt ingevoerd, voornamelijk uit Nederland. Bij meer dan 90 procent dus van de door ons geconsumeerde grijze garnalen, kunnen flink wat vragen worden gesteld. Die garnalen liggen vaak al vier dagen op de boot voor ze gelost worden.

En dan gaan ze richting Marokko om gepeld te worden. Er zijn ondertussen pelmachines met redelijke resultaten, maar die zijn nog niet performant genoeg om die trip naar het lageloonland te vermijden.

Waarom Marokko?
Waarom naar Marokko? Omdat volgens de sector de prijs van de grijze garnaal zou verdrievoudigen mocht ze in België of Nederland worden gepeld. Een geoefende hand doet ongeveer een uur over het pellen van een kilo grijze garnalen en houdt dan 300 gram over.

Uit en thuis in zes dagen
Onder Nederlands management zijn inmiddels meer dan 4.000 pelsters in Marokkaanse ateliers aan de slag. Elke week rijden tientallen vrachtwagens naar Marokko met pelgarnalen in de koeling. De trip duurt zes dagen, en in principe zijn de noordzeegarnalen dus al zeker tien dagen oud voor ze consument bereiken. Per jaar komt vanuit de pelstations ongeveer negen miljoen kilo noordzeegarnalen terug naar de verwerkende bedrijven in Nederland.

Additieven à gogo
Garnalen die gevangen zijn, krijgen zwarte vlekken. Om deze verkleuring tegen te gaan, wordt vaak natriummetabisulfiet (E223) toegevoegd. In américain, gehakt en andere vleeswaren is dat al sinds 1998 in België verboden. In 2005 ontdekte Test Aankoop overigens dat het nog steeds in één staal gehakt op zes sulfiet aanwezig was. Op schaaldieren mag het gek genoeg nog wel gebruikt worden.

E210
Om het bacteriële bederfproces tegen te gaan wordt voornamelijk benzoëzuur (E210) gebruikt. Benzoëzuur is als conserveermiddel omstreden, omdat het onder bepaalde omstandigheden in combinatie met ascorbinezuur (vitamine C) deels kan worden omgezet in het giftige benzeen. Benzeen is een carcinogene stof. Blootstelling aan hoge doses benzeen leidt tot chromosomale afwijkingen en schade aan de beenmergcellen, maar niet rechtstreeks tot leukemie.

E201, E211 & E223
Naast benzoëzuur wordt om bederf van grijze garnalen te voorkomen sorbinezuur (E200), de zouten kaliumsorbaat (E201, tegen schimmelvorming) en natriumbenzoaat (E211), en het eerder al aangehaalde E223 gebruikt. E211 is het natriumzout van benzoëzuur en evenzeer kankerverwekkend in combinatie met ascorbinezuur. Onderzoekers van de Sheffield Universiteit brengen het gebruik van natriumbenzoaat daarnaast in verband met celbeschadigingen en ADHD. Het wordt ook in België nog gebruikt in sommige frisdranken.

E330 en E621
E201, E211, E200 en E223 werken effectiever in een zuur milieu. Daarom voegt men ook citroenzuur (E330) toe aan gepelde garnalen. Ook E621, de smaakversterker mononatriumglutamaat, wordt al wel eens aan gepelde garnalen toegevoegd. E621 wordt in verband gebracht met hoofdpijn, tintelingen, versnelde hartslag en maag- en darmklachten.

Van mononatriumglutamaat wordt ook wel beweerd dat het slecht is voor de hersenen. Het zou mee verantwoordelijk zijn voor vele van de gevallen van ADH, ADHD, PDD-NOS en autisme. Wetenschappelijk is daar nog geen sluitend bewijs voor.

Antibiotica
Er is zelfs al chlooramfenicol gevonden in grijze garnalen. Chlooramfenicol is een synthetisch antibioticum met ernstige bijwerkingen, en wordt daarom in de geneeskunde vooral gebruikt bij levensbedreigende infecties zoals cholera. Het kan leiden tot misvormde baby’s en orgaanfalen.

Op het pakje
De normen voor additieven in grijze garnaal worden afgesteld op een bewaartijd van 20 dagen onder gekoelde omstandigheden. Het gebruik van deze additieven moet steeds vermeld staan op het etiket van gepelde garnalen, maar bij niet gepelde garnaal die in bulk verkocht wordt, heeft men er als consument het raden naar.

Controle
Bedrijven moeten door middel van geregelde zelfcontrole kunnen bewijzen dat ze zich aan de EU-verordeningen voor voedselveiligheid houden. Onaangekondigde controles worden uitgevoerd door het Federaal Voedselagentschap (FAVV) en de consumentenorganisatie Test Aankoop. Ze toetsen af op wat toegelaten is. Wat niemand echter weet, is wat al die additieven op lange termijn met je doen als ze zich opstapelen in je lichaam.

Intimidatie
Een aantal jaar geleden ontdekten journalisten van het Nederlandse blad Vrij Nederland dat “de handelaren erg ver gaan in het beschermen van de markt en er niet voor terugdeinzen om vissers en ambtenaren te intimideren”. De groothandelaars sleurden Vrij Nederland voor de rechter. En verloren de zaak. Volgens de rechter mochten de journalisten schrijven dat “deze oligopolie-houders de prijzen voor de vissers kunstmatig laag en voor de consumenten hoog houden, het gebruik van pelmachines tegenhouden, de smaak verpesten en de gezondheid bedreigen”.

Prijsafspraken
De Europese Unie heeft de noordzeegarnalenhandel ook in het vizier. Tot twee keer toe de afgelopen tien jaar beschuldigde ze een aantal garnalenproducenten ervan de garnaalprijs kunstmatig hoog te houden door afspraken daarover te maken. Ze liet invallen uitvoeren bij verschillende producenten in Nederland, Duitsland en Denemarken.

“Angst regeert bij vissers”
“De garnalensector is net het Wilde Westen. De angst regeert. Vissers leveren aan vaste handelaren omdat ze bang zijn dat ze anders hun garnalen niet kwijt kunnen”, getuigden betrokkenen in de Nederlandse pers. De Europese Commissie verdenkt een aantal garnalenhandelaren van het kunstmatig hoog houden van de prijs door het maken van afspraken. Volgens de kartelwaakhond werden de te vangen hoeveelheden van tevoren afgesproken en werd ook bepaald voor welke prijs de grijze garnalen zouden worden verkocht.

De prijs zakte daarna flink, waardoor veel garnalenvissers veel meer gingen aanvoeren. Dat drukte de prijs nog meer. “En toen kwamen de groothandelaren met contracten”, vertelt een garnalenvisser. “Zij boden 30 tot 40 eurocent per kilo ongepelde garnalen meer voor de contractgarnalen dan voor de garnalen die via de veiling werden verhandeld.”

“Ze willen het zelf”
Volgens de betrokken groothandelaren is het juist de wens van de vissers zelf om op contract te vissen: “Ze stellen jaarlijks een visplan op waarbij een en ander wordt verdeeld. We bepalen samen met de vissers de prijs en hebben een garantieprijs waar we niet onder gaan. Als vissers niet gelukkig zijn met de gang van zaken, dan kunnen ze zo het contract opzeggen. We hebben dit systeem nu een jaar of vier en het werkt heel goed.”

Op de garnalenboten klinkt dat enigszins anders: “De angst regeert. Veel vissers zijn bang dat ze hun garnalen niet kwijtraken als ze ze niet aan een van de grote spelers verkopen. Dus kiezen ze voor zekerheid.”